Hoe overleef ik…deel 3

Ik kom er achter dat ik eigenlijk best wel een saaie doos ben. Stiekem, durf het niet hardop te zeggen, ben ik één van de weinigen die enigszins gedijt bij deze crisis. Quarantaine betekent namelijk weinig tot geen keuzes hoeven maken. En voor iemand die uitermate stressgevoelig is, geeft dit dus rust. Even niks hoeven, geen keuzes en veel thuis zitten, maakt me een beetje zen. Ik heb genoeg aan de herinneringen op Facebook van Paaspop (au, dat zou nú zijn) of andere leuke massa evenementen van vorig jaar. Ik geniet van het terug zien en denken aan, voor mezelf. Ik deel ze niet eens. Ik mis natuurlijk wel een aantal mensen, maar met veel mensen heb ik meer contact dan ooit via alternatieve kanalen. Maar hoeveel rust dit alles me ook geeft, ik heb soms nog wel last van de dingen die schijnen te moeten gebeuren tijdens quarantaine. Zoals klussen in huis, die eigenlijk al jaren geleden gedaan hadden moeten zijn. Je weet pas wat je mist, als ze (de poetsvrouw) er niet meer is. Dus heb ook ík tegen mijn gezin gezegd, dat iedereen iedere dag 1 klusje moet doen. Kleine moeite, groot plezier, heb ik ergens gelezen. Tja, en zo’n gezin heb ik dus niet, incluis mezelf. De oudste begon wel goed door haar eigen kamer uit te mesten en gezellig te maken. En ik heb haar geholpen met timmeren, maar zo gauw er geboord moest worden, stagneerde deze eerste klus alweer. De klus is zo geklaard, is een uitdrukking waar wij in dit gezin niet aan mee doen.

Tot vandaag. Ik ben begonnen met m’n eerste klus, waar ik ook echt als een berg tegenop zag. Het verwijderen van de schimmel op het plafond van de badkamer. Met een mondkapje op, want de lucht van de verwijderaar veroorzaakt hoesten en prikt in mijn ogen. En dit alles boven mijn hoofd, waardoor het spul op mij drupt. Het schijnt te bleken (dadelijk helemaal geen sproeten meer) en moet dus zo snel mogelijk van mijn armen en gezicht af. Tussendoor rennen naar het balkon om frisse lucht in te ademen. Toch maar meteen de hele badkamer, zoals ontkalken van de douche en kranen. Terwijl ik van héél dichtbij (zonder mijn bril, want dan kan ik het net zien) probeer te lezen hoe het slotje van de ontkalker af moet, spuit dat spul recht in mijn ogen. Gelukt 😦 Na minutenlang spoelen van mijn ogen, heb ik toch de eerste deelklusjes geklaard. En uren later, met een klein beetje hulp, toon ik trots en voldaan de glimmende glanzende badkamer aan mijn huisgenoten. Maar niemand is zo blij als ik. Mijn dag kan niet meer stuk (mijn lijf is het wel)!

Dit is natuurlijk absoluut niet spottend bedoeld!

Ik heb het drukker dan ooit. Althans zo lijkt het. Er moet gewerkt, gesport, geleerd, gepoetst, gewandeld, ontspannen, in de zon gelegen worden. Er moet gezond, gevarieerd en culinair gekookt worden (eindelijk!) Er moet ook eten besteld worden om de lokale horeca te steunen. Er moeten oude foto’s en filmpjes uitgezocht worden, want de jongste dochter voelt zich het vergeten kind. Te weinig fotomateriaal van haar, vindt ze, alleen van haar grote zus. Er moet bewezen worden dat ze ongelijk heeft. En hoe! (Dit is trouwens een gouden tip voor hilarische en gezellige familiemomentjes. Mits het een gelukkige tijd is/was, dat is wel een vereiste. En ook handig om er in deze quarantaine aan herinnerd worden waarom je ook alweer ooit verliefd op je partner bent geworden 😉 De dagen vliegen voorbij door dit drukke programma. Maar dit alles gelukkig zonder stress, morgen weer zo’n dag.

Vorige week was een slechte week in huis. We konden elkaar wel de kop inslaan en zaten elkaar enorm in de weg. Nu weer betere tijden. Misschien ook door het mooie weer, we kunnen naar buiten en de zon zorgt voor vrolijkheid, kleur en vitamine D. Hierin schuilt ook meteen het gevaar. Het gevaar van teveel mensen buiten. Het gevaar van nonchalance en onverschilligheid. Ik zie het gewoon gebeuren. Drie jongens, die overduidelijk geen broers zijn van elkaar, lopen lachend te dichtbij elkaar en roepen te luid dat ze nu een bekeuring kunnen krijgen. Teveel mensen op het Waalstrandje. Niet meer wachten op elkaar bij het oversteken van een bruggetje, terwijl er geen 1,5 meter afstand gehouden kan worden bij tegenliggers. Teveel mensen in de supermarkt en weinig controle meer. Teveel auto’s met daarin minstens 2 jongeren, op een lange rij dicht bij elkaar aan de Waalkade. Het zijn niet alleen de jongeren die de afstandsregels overtreden. Ik erger me aan de ouderen die, al dan niet met rollator, te dicht bij me komen, alsof niets hen kan deren. Stiekeme feestjes in de straat zonder de gordijnen zelfs maar te sluiten. Barbecue geuren en teveel verschillende stemmen in een te kleine tuin. Ik loop iedere avond een rondje door een te stille stad. Ik heb eigenlijk nooit last van stilte gehad. Maar de mensen zijn binnen, de wereld gaat dicht. En dan denk ik aan thuis, want daar brandt nog licht. Zie al weken geen mens op straat terwijl we midden in de stad wonen. Met de warmte komen de geluiden weer terug. Mensengeluiden door open ramen. Ik voel en hoor dan tenminste dat er anderen zíjn. Maar we moeten wel volhouden met z’n allen! Niet te snel terug naar ons oude patroon, daarvoor is het echt nog te vroeg. Laten we samen het virus bestrijden in plaats van verspreiden! Laten we onze behoefte om elkaar weer te zien en vast te houden nog even onze behoefte blijven. Laten we geduld hebben! Hou vol X

ps. Terwijl ik me even laaf aan de zon op het balkon, hoor ik mijn man bellen. De eerste faillissementen zijn een feit. De werkelijkheid…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s